Inzicht

·

Column

Industriële koplopers: van overdekte bouwplaats naar fabriek

In Heddes Magazine 17, de editie van lente/zomer 2026, schreef Jeroen Coenders de column Industriële koplopers. Hij opent met een eenvoudige vraag: waarom bouwen we eigenlijk buiten?

Door Jeroen Coenders · · Bijgewerkt op

·

3 minuten leestijd

Fabriekshal van Ursem Modulaire Bouwsystemen in Wognum met rijen woningmodules in aanbouw; medewerkers lopen tussen de modules.

Waarom zou je binnen bouwen?

Omdat je buiten afhankelijk bent van het weer en werkt met toleranties van centimeters, gaten die later weer gedicht moeten worden. Binnen haal je een hogere kwaliteit met kleinere toleranties. Heddes doet dat al, in de fabriek van Ursem Modulaire Bouwsystemen.

Wat is het verschil tussen een overdekte bouwplaats en een fabriek?

Het product. Binnen bouwen is pas de eerste stap, en die noemt Coenders de overdekte bouwplaats. In een fabriek gaan materialen en halffabricaten er aan de ene kant in en komen er aan de andere kant producten uit. Onderweg wordt het product bij elke productiestap een stukje meer af. Maar een fabriek krijgt geen flow als hij elke keer iets anders moet maken.

Daaruit volgt de kern van de column: een project zou niet meer moeten zijn dan het toepassen van een product op een locatie. Het denkwerk zit vooraf, in de productontwikkeling, in plaats van dat je per project en per fase het wiel opnieuw uitvindt.

Wordt dan alles hetzelfde?

Nee. Met parametrisch ontwerp hoeft het product niet steeds hetzelfde te zijn. Of, zoals de column het zegt:

„het product is een set van regels wat we vastleggen in een digitale tweeling die zijn fysieke broertje genereert.”

De regels liggen vast, de uitkomst verschilt per locatie. Als volgende stap noemt de column meer machines en robots in de fabriek.

Waarom doet dit er nu toe?

Omdat de mensen er niet zijn. Nederland vergrijst en er is een tekort aan technisch personeel, ondanks alles wat scholen en universiteiten doen. Machines en robots zijn in de column dan ook niet bedoeld om mensen te vervangen. Het gaat erom dat de arbeidsproductiviteit hoog blijft, en dat is volgens Coenders nodig om de Nederlandse economie draaiende te houden. Heddes zet met de fabriek van Ursem precies die stappen. Dat maakt het bedrijf voor hem een industriële koploper, waar hij hoopt dat Nederland een voorbeeld aan neemt.

Hoe ziet de stap van project naar product er in de praktijk uit?

Samen met Voortaan en partners uit de keten bouwt Heddes een parametrisch model voor modulaire woningbouw: een digitale tweeling waarin ontwerp-, product- en projectinformatie samenkomen van alle gebouwen die Heddes kan leveren.

Wat dat oplevert, vertelde directeur commercie Boaz de Boer in oktober 2026 aan Bouwend Nederland: een eerste ontwerp kost nu circa één week, waar dat eerder ongeveer tien weken was. Daarover schreven we een eerste ontwerp in één week in plaats van tien. Het traject loopt nog; Heddes test inmiddels met de eerste schetsontwerpen.

Alles wat we samen met Heddes en Team Modulair doen, bundelen we in het klantverhaal Heddes.

Waar lees je de hele column?

De volledige column staat in Heddes Magazine 17 (lente/zomer 2026), het magazine van Heddes Bouw & Ontwikkeling: Industriële koplopers.

Bron: Heddes Magazine 17, Heddes Bouw & Ontwikkeling.

Ga jij het Voortaan ook anders doen?